Vorige maand schreef ik over de oorsprong van de naam van april. Als je die gelezen hebt, dacht je misschien wel: maar hoe zit het dan met de andere maanden?

Dit jaar bespreek ik elke maand de naam van die maand. Deze keer is mei aan de beurt.
Dus heb je je ooit wel eens afgevraagd waarom de vijfde maand van het jaar mei heet? Of waarom dit eigenlijk helemaal geen Nederlands woord is? Lees dan vooral verder!
Bij de meeste vertalingen die je op mijn Instagram en Facebook ziet, zijn er altijd wel wat woorden die op elkaar lijken. Deze keer is dat anders, bijna het tegenovergestelde. Er zijn nu maar een paar woorden die juist niet op mei lijken.
Om te begrijpen waarom dit zo is, moeten we terug in de tijd, terug naar waar mei begon.
Waar komt ‘mei’ vandaan?
De oorsprong van een woord noemen we de ‘etymologie’. Dus laten we de etymologie van mei bespreken.

Het Nederlandse woord ‘mei’ is een Latijns leenwoord. Maar een die we in een oudere variant van onze taal al hadden overgenomen. Het is dus met onze taal meeveranderd.
De Latijnse oorsprong van dit woord is Māius. Dit is een ingekorte versie van mēnsis Māius (de maand van Māius). Dit is waarschijnlijk vernoemd naar een Romeinse natuurgodin Maia. Zij staat symbool voor groei. Maia komt dan mogelijk weer van het Proto-Indo-Europese *magya (zij die groot is), wat afgeleid is van van *méǵh₂s (groot). Uit deze stam kennen wij ook ons woord mega.
Een andere mogelijk heid is, dat Māius komt van Iūpiter Māius (Grote Jupiter) of Maiusdeus (Grote god), twee namen van Jupiter, de grote Romeinse god.
In het Middelnederlands (+-1200) veranderde de naam van de maand naar meye. Na wat spellingsveranderingen in de loop der tijd, kreeg het de vorm die wij nu kennen, het Nieuwnederlandse mei.Net als de andere huidige maandnamen is mei langzaam in gebruik gekomen sinds ongeveer de 7e eeuw. Daarvoor werd in het Nederlands de naam bloeimaand gebruikt. Dit is een verwijzing naar de maand waarin alles tot bloei komt.
Mei was niet de oorspronkelijke vijfde maand voor de Romeinen. Toen het jaar nog verdeeld was in tien maanden, begonnen ze bij maart. Door de latere toevoeging van Januari en februari is mei naar de vijfde positie verschoven.
Hoe zit dit in andere talen?
Woorden met dezelfde oorsprong
Woorden met dezelfde afkomst noemen we cognaten. Mei heeft er een heleboel, zoals je op de kaart kan zien. Mijn kaart heeft slechts een kleine groep talen, maar hier zien we al goed hoe groot de invloed was van de Latijnse maand op Europese talen.
Op mijn kaart zijn de cognaten:

- IJslands: Maí
- Noors: mai
- Zweeds: maj
- Deens: maj
- Duits: Mai
- Engels: May
- Wels: Mai
- Ests: mai
- Hongaars: május
- Lets: maijs
- Pools: maj
- Bulgaars: май (maĭ)
- Roemeens: mai
- Italiaans: maggio
- Frans: mai
- Spaans: mayo
- Portugees: maio
Maar ook buiten de talen op de kaart zijn er veel cognaten:
bijvoorbeeld in andere Germaanse talen:
- Limburgs: mèè
- Luxemburgs: Mee
of andere Slavische talen:
- Russisch: май (máj)
- Macedonisch: мај (maǰ)
- Slowaaks: máj
- Sloveens: maj
of talen uit andere taalfamilies:
- Albanees: maj
- Armeens: մայիս (mayis)
- Grieks: Μάιος (Máios)
- Georgisch: მაისი (maisi)
- Maltees: Mejju
Dit is allemaal nog erg Europees, maar dat kunnen we niet zeggen van:
- Arabisch: مايو (mayu)
- Afrikaans: Mei
- Hebreeuws: מאי (may)
- Farsi: مه (mh)
- Somalisch: Maajo
- Tagalog: Mayo
Hoewel Afrikaans natuurlijk wel een Germaanse taal blijft.
Woorden met een andere oorsprong:
Op de kaart zien we ook enkele woorden die niet uit het Latijn komen.

Iers: Bealtaine
Dit komt van het Oudierse Beltaine (mei). Het verwijst naar het Keltische feest Bealtaine (meifeest) wat het begin van het begin van de zomer markeerde in Ierland. De naam is ontstaan uit het Proto-Keltische *belo-te(p)niâ (helder vuur). Dit is waarschijnlijk een combinatie van het Proto-Indo-Eurpese *bhel– “schijnen, branden” en Old Irish ten “vuur”. Dit komt van het Proto-Indo-Eurpese *tepnos wat als stam het Proto-Indo-Eurpese *tep- “het warm hebben” heeft.
Fins: toukokuu
Dit is een combinatie van touku (zaaien) en kuu (maand). In deze maand worden zaadjes gezaaid.
Litouws: gegužė
Dit komt van gegužė (koekoek). In deze maand kondigt de roep van de koekoek de komst van de lente aan.
Oekraïens: тра́вень (trávenʹ)
Dit komt van het Oud-Oost-Slavische травьнъ (travĭnŭ, mei). Wat afkomstig is van het Proto-Slavische *trava (gras). Dit komt dan weer van het Proto-Balto-Slavisch *trāˀwā́ˀ.
Mei, maand van bloei
We hebben dus gezien dat veel talen niet alleen de kalender, maar ook het Latijnse woord mei hebben overgenomen van de Romeinen. Mei is waarschijnlijk ooit vernoemd naar de Romeinse natuurgodin Maia. Ookal hebben we de Latijnse naam overgenomen, het blijft een maand waarin veel gaat bloeien. Andere talen hebben een meer letterlijke naam gehouden, zoals de maand waarin zaadjes worden geplant of de koekoek roept. Of zoals we vroeger in het Nederlands zeiden: de maand van de bloei.
Bronnen:
Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2010). Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/.
Kat IP Pty Ltd (2008). Word Hippo, op https://www.wordhippo.com/.

